In een vereniging gaan de leden respectvol met elkaar om.
In de gedragscode zijn normen en regels beschreven die de leden zichzelf opleggen als richtlijn voor hun handelen. De gedragscode biedt een houvast voor het handelen in de praktijk. Tevens levert de code een maatstaf waarmee eigen en andermans gedrag achteraf kan worden geëvalueerd.

Bestuursleden, trainers en leden communiceren open en respectvol.

Van de bestuursleden mag verwacht worden dat zij open staan voor op- of aanmerkingen van leden en trainers en dat zij hier constructief op reageren.

Trainers verwerven kennis en wisselen die met elkaar uit; kennis die nodig is om hun taak goed te kunnen uitvoeren. Van de trainers mag verwacht worden dat zij door hun inbreng ertoe bijdragen dat elk van de leden voor zich kan genieten van zijn eigen sportieve prestatie.
De trainers bepalen het programma van de training en geven aan de leden het doel van de training aan.

De leden gaan onderling respectvol met elkaar om en proberen elkaar positief te stimuleren.
De leden zorgen dat ze op tijd op de afgesproken plaats voor de training aanwezig zijn.
De leden volgen de instructies van de trainer op.
Van de leden mag verwacht worden dat zij tijdens de training ook op elkaar letten zodat niemand onopgemerkt kan achterblijven. Mocht een van de leden om redenen achterblijven (blessure, sanitaire stop) dan is het wenselijk dit aan de begeleidende trainer door te geven.

Indien er klachten zijn, kunnen de leden die na afloop van de training met de betreffende trainer dan wel met een bestuurslid bespreken.